Kobi
Israel was een van dé gay-succesverhalen van 2003. Een fotograaf
wiens werk appelleert aan de ‘gay experience’, maar
wiens schoonheid haar grenzen heeft overtroffen. Jamie Hakim praat
over de nasleep van dit overweldigende jaar en over zijn nieuwe
reeks ‘Intimate Strangers’, die hij exclusief voor Attitude
onthult.
Staande op de bovenste verdieping van de ‘National Portrait
Gallery’, kijkt Kobi Israel peinzend uit over Londen, de stad
waar deze Israëlische staatsburger het afgelopen jaar inwoner
van was. Vier verdiepingen daaronder hangt een van zijn foto’s,
‘1700’. Het is een afbeelding van een jonge man, in
ongeveer dezelfde houding als die Kobi nu aanneemt, staande in een
sapbarretje in Tel Aviv. Het is een van Kobi’s populairste
foto’s en een van de 60 portretten gekozen uit de 3000 deelnemers
aan de Schweppes Photographic Portrait Prize, de meest prestigieuze
in zijn soort in het Verenigd Koninkrijk.
Niet slecht voor een fotograaf wiens eerste soloboek ‘Views’
pas zes maanden geleden werd gepubliceerd en dat alleen opgemerkt
zou moeten zijn door het homo-publiek waar de marketing kortzichtig
op was gericht. Zijn uitgever Bruno Gmunder is het meest beroemd
om het soort ‘homo-erotica’ dat hun weg vindt van de
koffietafel naar onder het bed. De persfanfare die hij ontving was
voornamelijk beperkt tot homo-blaadjes. Zijn Time Out-interview
kwam in de homorubriek in plaats van in de kunstrubriek en zijn
eerste tentoonstelling in het Verenigd Koninkrijk vond plaats in
de Londense gay-bar The Box. Als men zich zou moeten laten leiden
door voorgaande carrières dan zou Kobi nu beginnen aan een
reeks club-flyers en een boek met gewaagde mannelijke naakten dat
nooit zal ontsnappen aan Old Compton Street.
In plaats daarvan is Kobi Israel wellicht de enige fotograaf die
te voorschijn is gekomen uit de gay-scene en iets heeft bereikt
dat dichtbij mainstream-succes komt. Deze dubbele aantrekkingskracht
heeft vooral te maken met de manier waarop hij traditionele homo-onderwerpen
– het mannelijke naakt, de soldaat, een homo-stel in huishoudelijke
scènes, hetzelfde homo-stel in een omhelzing – behandelt
met een soort overvloed aan levenslust die veel van zijn tijdgenoten
jammerlijk links laat liggen. Ja, de mannen zijn naakt, maar die
naaktheid gaat over de intimiteit van de lichamen van geliefden,
niet alleen over hun lul. Dezelfde esthetica vervult zijn meest
onmiddellijk herkenbare reeks – zijn foto’s van Israëlische
soldaten. Het meest beroemd is een afbeelding van een eenheid mannen,
zich ontspannend naast een legerjeep in niets dan een onderbroek
om zo te ontsnappen aan de woestijnhitte. In plaats van dat hij
het gebaande pad betreedt, gebruikt Kobi de scène om de spleet
in de Israëlische machocultuur te tonen, waar de broosheid
doorheen sijpelt.
In plaats van op zijn lauweren te rusten, gaat hij in deze geest
verder, met als resultaat zijn nieuwe ‘Intimate Strangers’-reeks,
zijn meest adembenemende tot nu toe.
Wat heb je gedaan sinds je ‘Views’ hebt gepubliceerd?
Ik ben de hele tijd nieuwe dingen aan het doen. Ik ga verder met
mijn ideeën, altijd nieuwe projecten opstarten, nieuwe richtingen
uitgaan. Het is erg belangrijk voor me om te benadrukken dat de
gay-projecten slechts één richting zijn waar mijn
werk zich in begeeft. Het is niet het enige dat ik doe. Als je echt
een idee wilt krijgen van het werk dat ik heb gedaan, kijk dan op
mijn website (www.kobi-israel.com). De weg die mijn gay-werk heeft
ingeslagen kan men zien in het ‘Intimate Strangers’-project
dat ik pasgeleden ben begonnen. Het is voornamelijk gesitueerd in
Londen, afgezien van één jongen uit Brazilië.
‘Intimate Strangers’ heeft haar oorsprong in mijn laatste
relatie. Toen we uit elkaar gingen, verhuisde ik naar Londen en
begon ik aan de reeks. Zijn naam is Gadi en je kunt hem zien op
de foto’s. Ze komen voort uit werk dat ik heb gedaan in mijn
laatste boek. Maar dan is er ander werk dat die thema’s niet
volgt: reisfoto’s, boten in Griekenland, architectuur in Toronto,
homo-stranden, luchtopnames van Las Vegas…Dit werk is anders
dan het gay-werk waarom ik bekend ben geworden, maar het gaat over
dezelfde emoties. Al deze foto’s gaan over een heel innerlijk,
onderbewust gevoel.
Waarover?
Ik wil niet in details treden, want dan maak ik mezelf alleen maar
in de war. De foto’s zullen voor zichzelf spreken. Ik doe
gewoonweg waar ik zin in heb en waarvoor ik passie voel. Dat soort
projecten doe ik, of het nou landschappen, mensen of emoties zijn…wat
me ook maar omringt in mijn dagelijkse leven.
Irriteert het je dat je vooral beroemd bent geworden om
je foto’s van mannen, terwijl je een keur aan onderwerpen
fotografeert?
Ik wil dat mensen het brede perspectief zien van wat ik doe en
wie ik ben. Dat is het allerbelangrijkst voor me. Het is oké
dat dit eerst komt, zodat mijn werk bekend wordt, maar ik wil heel
graag dat het andere werk ook naar buiten komt. Het zal waarschijnlijk
wat langer duren, maar op het eind van de rit zullen mensen zien
wat ik doe en dat het niet slechts gay-werk is.
Galerieën zijn echt begonnen je werk op te nemen,
nietwaar?
Ik was voorgedragen voor de Schweppes Photographic Portrait Prize
2003, wat betekent dat mijn foto ‘1700’ te zien is in
de National Portrait Gallery. Daarvóór was dezelfde
foto voorgedragen voor de Association of Photographers open competitie
in Oost-Londen, waar het won. Hij wordt nu gepubliceerd op vele
plaatsen en is een van de vele foto’s die zijn gepubliceerd
in de gay-scene. ‘Views’ heeft ook de oversteek weten
te maken. Het werd verkocht in de Photographer’s Gallery en
in de Zwemmer mediawinkel in Charing Cross Road.
Dat is wat interessant is aan je werk. Het zijn homo-erotische
foto’s van mannen, maar op de een of andere manier is het
geen ‘gay-fotografie’. Het valt niet onder één
noemer. Er is zoveel gay-fotografie die is beperkt tot de gay-scene
en bij jou is dat niet het geval.
Het is niet seksueel, het is erotisch. Ik richt mijn werk niet
uitsluitend op de gay-scene. Wat ik wil voor mijn werk is dit: ik
wil dat hetero’s mijn fotografie op dezelfde manier consumeren
als homo’s hetero-kunst consumeren. Hoe wij bijvoorbeeld tegen
een foto van een man en een vrouw aankijken en ervan genieten, zo
wil ik ook dat hetero’s tegen homo-relaties aankijken en dezelfde
connectie hebben. Ik breng veel werk naar buiten met de bedoeling
dat het buiten de grenzen van de gay-scene treedt. ‘1700’,
bijvoorbeeld, heeft op de homepage gestaan van de website van de
Israëlische Ambassade. De Joodse gemeenschap houdt ook veel
interviews, het is niet alleen de gay-scene. Mijn kunst levert resultaat
op en daar ben ik erg blij om.
Dat heeft met je werk te maken. Zoals ik al zei, er zijn
fotografen die alleen gay-werk maken en dat is het dan. Bij jou
lijkt er meer aan de hand te zijn dan stomweg alleen maar sexy mannen
aangapen.
Het is nog steeds absoluut gay, maar dat is niet het belangrijkste
voor mij. In mijn boek gaat het bijvoorbeeld meer over de emoties
tussen de soldaten, tussen mensen. Als je alle vragen die mijn werk
stelt, terugbrengt tot één vraag, dan is dat wat mijn
nieuwe project ‘Intimate Strangers’ vraagt. Het is een
verkenning van wat intimiteit is voor mij. Of het nou iemand is
met wie ik drie jaar een relatie heb gehad, of het kan in een modellenportfolio
zijn, of het kan gewoon een toevallige voorbijganger op straat zijn
met wie je slechts een seconde oogcontact hebt – dat kan sterker
zijn dan een one-night-stand. Dat is wat intimiteit is voor mij.
In dit geval gebeurt het tussen twee mannen, maar het kan ook tussen
een jongen en een meisje zijn, of tussen twee meisjes, twee levende
zielen.
Behalve je ex-vriend, welke mensen verschijnen er nog meer
in Intimate Strangers? Wie is bijvoorbeeld de Braziliaanse jongen?
Hij is de enige die niet in Londen gefotografeerd is. Die foto’s
zijn genomen toen ik op reis was in Brazilië. Grappig genoeg
is hij hetero. Er was niets seksueels gaande tussen ons. Met de
meeste modellen in het project heb ik nooit de lijn overschreden
en het tot iets seksueels gemaakt. Sommige modellen waren hetero,
sommige zijn een deel van mijn leven; mijn minnaar, one-night-stands,
andere mensen.
Wie is de jongen in het bad dan?
Julian. Dat is een Franse jongen die ik heb leren kennen in een
bar. Hij is een hele mooie jongen. Ik ben heel erg aangetrokken
tot zijn glimlach. Hij had mijn website gezien, we spraken af voor
een koffie en binnen twee uur waren we al bezig met de fotosessie
die heel erg intens was. Hij had een bepaald vertrouwen in mij en
we slaagden erin die verbazingwekkende intimiteit te realiseren,
waardoor ik die portretten zo mooi vindt. Er was een hele sterke
connectie. Je kunt het in de foto’s zien.
En dat was na slechts 2 uur?
Dat was de eerste ontmoeting en het was zo’n sterke connectie
die ik voelde dat ik alleen maar terug wilde naar mijn appartement.
Ik wist niet wat ik wilde doen, ik wist alleen maar dat ik het gevoel
van dat moment vast wilde leggen.
En je legt die intimiteit vast in je beroemde shots van
Israëlische soldaten. Veel mensen begrijpen de unieke intimiteit
niet die er is tussen Israëlische soldaten.
Die is zó sterk, zo verbazingwekkend. Dat is waarom het
zo verwarrend is als je homo bent, want je weet niet waar die dunne
lijn loopt tussen homo-sociaal en homo-erotisch. In het Israëlische
leger is die connectie zelfs sterker dan die tussen een jongen en
zijn vriendin. Ik weet niet of je het woord ‘achva’
kent. Het is een soort van broederschap die betekent dat je alles
zult doen wat nodig is voor je medesoldaten. Het Israëlische
leger stimuleert dit om een efficiënter leger te creëren.
Maar als je 18 bent en homo, kan het martelend zijn.
Wisten mensen in het leger dat je homo was?
Nee. Ik was heel bang. Homo zijn in het leger is geen makkelijke
beslissing, omdat het zo macho is.
Ik denk dat die foto’s dáárom zo krachtig
zijn, omdat het Israëlische leger zo welbekend macho is, terwijl
jij juist zoveel gevoeligheid hebt vastgelegd tussen de soldaten.
Misschien is het daarom zo seksueel?
Uiteindelijk is het gewoon zo dat je je als een soldaat moet gedragen
om je plicht te doen. Ik wilde geen soldaat zijn. Ik houd er niet
van om wapens te dragen, maar het was niet mijn beslissing. De meeste
mensen hebben deze fantasie waarin ze ons als soldaten verheerlijken.
Maar uiteindelijk, als je je uniform uittrekt, ben je 18 jaar oud
en heel erg bang. Je hebt geen controle over je leven. Onder de
soldaten zijn we mensen en zijn we vrienden. Het is een hele indringende
emotionele ervaring en na 6 maanden training word je vrienden voor
het leven. Met homo’s wil je altijd meer (lacht).
Is dat mogelijk in het leger?
Ik heb het niet gedaan, want ik speelde volgens de regels van het
spel. Ik had machogedrag. Ik had een motor and ik had mijn pistool.
In het leger en daarna – ik was steward -, maar niemand wist
eigenlijk dat ik homo was. Hoewel ik een 8-jarige relatie had, ging
ik eigenlijk nooit uit naar homo-gelegenheden. Toen ik het na acht
jaar uitmaakte met mijn vriend, begon ik foto’s te maken van
jongens. Al deze foto’s uit ‘Views’ stammen uit
de tijd van mijn ‘coming-out’ en zijn heel sterk onderdeel
van wie ik ben en van mijn levensstijl.
Deze soldaten behoren niet tot jouw eenheid?
Nee nee. Het is niet documentair. Ik gebruik mijn vrienden en hun
vrienden en ik hercreëer de scènes op zekere locaties.
Geen van de foto’s is echt, maar ze hercreëren de gevoelens
die ik mijn leven door heb gehad. Sommige zijn geënsceneerd,
sommige niet.
Het Israëlische leger is een politiek heet hangijzer
op dit moment. Een boek dat haar soldaten verfraait moet enige ontsteltenis
hebben veroorzaakt.
Ik heb niet de bedoeling om oorlog te verheerlijken of te praten
over Israëlische soldaten of het Israëlische leger. Helemaal
niet – integendeel. Ik praat over de emotie tussen mensen
die toevallig soldaten zijn, omdat dat een deel van mijn leven was.
Peter Tatchell maakte een commentaar in Boyz-magazine over hoe Israëlische
soldaten net SS Nazi’s zijn. Ik zag hem een week nadat hij
het commentaar had gemaakt toen ik op ‘Pride in the Park’
was. Ik ging naar hem toe om mezelf te introduceren and feliciteerde
hem met al het politieke werk dat hij had gedaan. Ik noemde zijn
commentaren niet. Ik keek hem alleen in de ogen, zodat hij kon zien
dat ik niet was zoals de SS. Ik dacht niet dat ik iets hoefde te
zeggen. Ik krijg zoveel e-mails van Arabische mensen. Ik krijg telefoontjes
uit Libanon, Marokko, Algiers, Saudi-Arabië. Er is één
jongen die alle teksten uit mijn boek naar Arabisch heeft vertaald.
Deze mensen kijken achter het uniform.
|